Plasticdeeltjes in het vocht rond hersenen en ruggenmerg. Vervuilende stoffen die al jaren vóór de diagnose in het bloed aanwezig waren. Twee nieuwe onderzoeken naar ALS leveren opvallende resultaten op.
Waarom werden bij mensen met ALS meer micro- en nanoplastics gevonden? En waarom lijken bepaalde stoffen uit onze leefomgeving verband te houden met het verloop van ALS?
Toeval? Gevolg van de ziekte? Of kijken we hier naar een stukje van de ALS-puzzel dat we nog onvoldoende begrijpen?
In 30 seconden
Onderzoekers vergeleken mensen met ALS met mensen zonder ALS en ontdekten iets opvallends: bij de ALS-groep werden meer micro- en nanoplastics gevonden in het bloed én in het vocht rond hersenen en ruggenmerg.
Vrijwel tegelijkertijd verscheen een ander onderzoek. Daarvoor waren bloedmonsters beschikbaar die jaren vóór de diagnose ALS waren afgenomen. Ook daarin vonden onderzoekers een opvallend verband tussen bepaalde vervuilende stoffen en het latere verloop van ALS.
Twee verschillende onderzoeken wijzen daarmee in dezelfde richting:
onze leefomgeving zou weleens een interessanter onderdeel van de ALS-puzzel kunnen zijn dan we denken.
Plastic op een plek waar je het liever niet aantreft
Microplastics zijn minuscuul kleine plasticdeeltjes. Nanoplastics zijn nog veel kleiner.
Dat we eraan worden blootgesteld, is inmiddels geen verrassing meer. Ze komen voor in onze leefomgeving en kunnen het menselijk lichaam binnendringen.
Maar de onderzoekers wilden iets anders weten.
Ze onderzochten 24 mensen die kort daarvoor de diagnose ALS hadden gekregen en vergeleken hen met 20 mensen zonder ALS.
Daarbij vonden ze hogere concentraties micro- en nanoplastics bij de mensen met ALS.
En niet alleen in het bloed.
De deeltjes werden ook aangetroffen in het hersen-ruggenmergvocht: de vloeistof die zich rond onze hersenen en het ruggenmerg bevindt.
Juist bij een ziekte waarbij zenuwcellen in hersenen en ruggenmerg worden aangetast, is dat een bevinding die de aandacht trekt.
Maar dan komt de grote vraag
Wat doen die plasticdeeltjes daar?
Daar hebben onderzoekers nog geen antwoord op.
Het is verleidelijk om twee dingen naast elkaar te leggen – meer microplastics en ALS – en daar meteen een conclusie aan te verbinden.
Zo eenvoudig is het helaas niet.
Het onderzoek laat een verband zien. Het bewijst niet dat microplastics ALS veroorzaken.
Het kan bijvoorbeeld ook zijn dat processen die bij ALS veranderen invloed hebben op hoe het lichaam deze deeltjes verwerkt of afvoert.
Maar daarmee is de vondst niet minder interessant. Integendeel: er ontstaat een nieuwe vraag die verder onderzocht kan worden.
En precies op dat moment verscheen nóg een onderzoek.
Bloed van vóór de diagnose
Dit tweede onderzoek heeft een bijzonder voordeel.
De onderzoekers beschikten over bloedmonsters van mensen die op het moment dat hun bloed werd afgenomen nog geen ALS hadden.
Pas jaren later kregen sommigen van hen de diagnose.
Daardoor konden onderzoekers als het ware terug in de tijd kijken.
Welke vervuilende stoffen waren al aanwezig voordat ALS zich openbaarde?
Bij hogere concentraties van enkele langdurig in het milieu aanwezige vervuilende stoffen zagen zij later een verband met een kortere overleving nadat ALS was ontstaan.
Dat maakt dit onderzoek extra interessant.
De gemeten stoffen kunnen immers niet het gevolg zijn geweest van ALS: het bloed was al afgenomen voordat de ziekte zich manifesteerde.
Ook hier geldt dat daarmee nog geen oorzaak en gevolg zijn bewezen.
Maar het is opnieuw een aanwijzing om verder te kijken.
Waarom kijken onderzoekers naar onze omgeving?
Een van de grote frustraties rond ALS is dat we bij de meeste mensen nog altijd niet precies kunnen vertellen waarom zij de ziekte hebben gekregen.
Bij een deel speelt erfelijke aanleg een duidelijke rol. Maar dat verklaart lang niet alle gevallen.
Daarom kijken onderzoekers ook naar andere mogelijke factoren.
Waar hebben mensen gewoond? Welk werk hebben ze gedaan? Met welke stoffen zijn ze in aanraking gekomen? Welke invloed hebben luchtverontreiniging, bestrijdingsmiddelen, metalen of andere chemicaliën?
En nu dus ook: welke rol zouden micro- en nanoplastics kunnen spelen?
Waarschijnlijk moeten we daarbij niet zoeken naar één simpele boosdoener.
ALS kan het resultaat zijn van meerdere factoren die elkaar beïnvloeden: genetische aanleg, biologische processen, ouder worden en mogelijk ook blootstelling aan onze omgeving.
Het ene puzzelstukje zegt weinig.
Maar als verschillende stukjes naast elkaar beginnen te passen, wordt het interessant.
Moeten we nu al het plastic uit huis gooien?
Nee.
Op basis van deze onderzoeken is daar geen wetenschappelijke reden voor.
We weten bijvoorbeeld nog niet of minder blootstelling aan microplastics het risico op ALS vermindert. En voor mensen die al ALS hebben, weten we evenmin of het vermijden ervan invloed heeft op het ziekteverloop.
Daarvoor is het onderzoek nog veel te jong.
Maar de vraag naar onze leefomgeving wordt wél steeds interessanter.
Want stel dat onderzoekers uiteindelijk ontdekken dat bepaalde blootstellingen daadwerkelijk invloed hebben op het ontstaan of verloop van ALS.
Dan gaat het niet alleen over het begrijpen van ALS.
Dan gaat het mogelijk ook over preventie.
En misschien uiteindelijk zelfs over nieuwe aanknopingspunten voor behandeling.
Een puzzel die langzaam groter wordt
Waarom krijgt de ene persoon ALS en de andere niet?
Waarom verloopt de ziekte bij de ene patiënt razendsnel en leeft een ander er vele jaren mee?
We hebben nog veel meer vragen dan antwoorden.
Deze twee onderzoeken lossen dat raadsel niet op.
Maar ze voegen wel iets toe aan een ontwikkeling die steeds interessanter wordt: onderzoekers kijken niet alleen meer naar wat er ín onze zenuwcellen misgaat.
Ze kijken ook naar de wereld waarin die zenuwcellen tientallen jaren hebben geleefd.
Misschien ligt een deel van het antwoord op ALS dus niet alleen in ons lichaam, maar ook om ons heen.
Leef met ALS blijft dit onderzoek volgen.
Vraag het Digitale Johan
Heb je vragen over mogelijke oorzaken van ALS, erfelijkheid, leefomgeving of wetenschappelijk onderzoek?
Vraag het Digitale Johan.
Hij legt ingewikkelde informatie in gewone taal uit en helpt je verder naar relevante artikelen en Q&A’s op Leef met ALS.
Bronnen
ALS News Today, 4 september 2026 – Higher microplastic levels seen in people with newly diagnosed ALS
ALS News Today, 8 september 2026 – onderzoek naar blootstelling aan vervuilende stoffen vóór het ontstaan van ALS
De oorspronkelijke onderzoeken verschenen in Brain Communications en Annals of Neurology.
Leef met ALS schrijft over nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen. Onderzoeksresultaten zijn niet automatisch toepasbaar op individuele patiënten en vervangen geen medisch advies.
2 reacties
Mijn man was wapenmaker bij de rijkswacht en werkte dagelijks met bepaalde (giftige ?) producten.
Hij heeft 6 jaar ALS gehad
Ook heeft hij (los van zijn beroep) enorme zware tassen met flessen gesjouwd.
Misschien oorzaken ?
Beste Nadine,
Dank u dat u dit deelt. Uw reactie raakt precies aan een vraag waar wetenschappers steeds meer naar kijken: waarom krijgt de ene persoon ALS en de andere niet?
Bij de meeste mensen met ALS kunnen we geen duidelijke oorzaak aanwijzen. Wel wordt onderzocht of bepaalde blootstellingen gedurende het leven – bijvoorbeeld aan chemicaliën, oplosmiddelen, pesticiden of metalen – bij sommige mensen een rol kunnen spelen.
De Amerikaanse ALS-onderzoeker dr. Richard Bedlack heeft samen met collega’s zelfs onderzoek gedaan naar zulke levenslange blootstellingen. Daarbij wordt niet gezocht naar één simpele oorzaak, maar naar mogelijke “triggers” en naar de combinatie van aanleg en omstandigheden waaraan iemand tijdens zijn leven is blootgesteld.
Of de producten waarmee uw man als wapenmaker bij de Rijkswacht dagelijks werkte iets met zijn ALS te maken hebben gehad, kunnen we dus niet zeggen. Maar uw vraag is absoluut relevant en wordt ook wetenschappelijk onderzocht.
Misschien moeten wij hier op Leef met ALS eens uitgebreider aandacht aan besteden. Uw reactie geeft daar in ieder geval alle aanleiding toe.