DNA en RNA zijn beide essentiële componenten van onze cellen, maar ze hebben verschillende rollen. DNA, gevonden in de kern van onze cellen, is verwant aan een afsluitend bestand op de harde schijf van onze computer. Het is gemaakt van nucleïnezuren die aan elkaar zijn gekoppeld om genen en chromosomen te vormen die, indien nodig, ons lichaam vervolgens “opent” om de code binnenin te lezen, net zoals we een document op onze computer zouden openen. Om deze gecodeerde informatie elders in de cel te gebruiken, heeft ons lichaam echter een transporteerbare versie nodig.
Dit is waar RNA om de hoek komt kijken. De cel maakt een kopie van de benodigde DNA-instructies in de vorm van RNA. Dit proces lijkt een beetje op het maken van een papieren blauwdruk uit een elektronisch bestand; Je moet het aan de arbeiders op een bouwplaats geven. Vanaf hier begint het RNA, of de ‘blauwdruk’, aan het proces van ‘translatie’.
Tijdens de vertaling worden deze RNA-instructies omgezet in eiwit, vergelijkbaar met de constructie van
een gebouw op basis van de blauwdruk van een architect. Dus terwijl DNA het ontwerp voor
ons leven bevat, is RNA het voertuig dat deze instructies in actie brengt.
Matthew Harms Neuroloog
Bron: www.roon.com/als
Vertaling: Roos van Gorp