ALS, of Amyotrofische Laterale Sclerose, is een complexe medische aandoening die door artsen wordt gediagnosticeerd aan de hand van een zorgvuldige anamnese van de patiënt en lichamelijke onderzoeken, omdat er nog geen enkele bloedtest bestaat die dit kan bevestigen. Het belangrijkste kenmerk van een gewone ALS-patiënt is een verslechtering van de zwakte, die over het algemeen binnen twee tot vijf jaar verergert. Als iemand langer dan twintig jaar onafgebroken symptomen vertoont, is de kans groot dat het om een andere of atypische aandoening gaat.
Artsen concentreren zich tijdens lichamelijke onderzoeken op ‘kenmerken van de bovenste en onderste motorneuronen’. De kenmerken van de bovenste motorneuronen bestaan uit spasticiteit en hyperexciteerbare reflexen, terwijl de lagere kenmerken gepaard gaan met zwakte, spieratrofie en fasciculaties (spiertrekkingen).
Het lichaam heeft vier hoofdsegmenten: bulbair (hoofd en nek), cervicaal (armen), thoracaal (romp) en lumbosacraal (benen). Als drie van deze vier segmenten tegelijkertijd de bovengenoemde kenmerken vertonen, leidt dit tot een diagnose van ‘klinisch definitieve ALS’. Als er echter minder segmenten bij betrokken zijn, is er mogelijk sprake van ‘mogelijke of waarschijnlijke ALS’, wat aanvullende tests rechtvaardigt om nabootsingen uit te sluiten.
Bedenk dat de meeste ALS in één lichaamsregio begint, wat betekent dat het enige tijd kan duren voordat de symptomen zich in andere gebieden ontwikkelen. Als er een vermoeden ontstaat, is het van cruciaal belang om dit vroegtijdig te onderkennen en mogelijke behandelingsopties met uw zorgverlener te bespreken.
DR. NAMITA GOYAL Neuroloog
Bron www.roon.com/als
Vertaling Johan Foliant