Deze week was het weer zover. Het narratief van de dood vulde onze schermen. Een vader reed met zijn kinderen via het plaatselijke kanaal naar zijn paradijs. Tragisch, hartverscheurend. Gisteren stond er een verslaggever van de nationale omroep aan het water, live in beeld, alsof het journaal een thriller moest zijn. Ze viel er — tot mijn verdriet — nog net niet in.
Een paar dagen eerder stond diezelfde omroep de hele zondag bij het PSV-stadion te wachten. Op de kampioenen, op de spelersbus, op… iets. De reporter kwam elk uur opnieuw in beeld. De mop is simpel: ken je die van de NPO-reporter die in Eindhoven op de bus stond te wachten? De bus kwam niet.
In Hilversum zijn ze de weg kwijt.
We kennen het: de dood als kijkcijfermagneet. Het verkoopt. Bij het overlijden van Jan Rot — een van de beste tekstschrijvers ooit — stond de nationale zender ineens vooraan. Tijdens zijn leven zagen ze hem over het hoofd. Gelukkig bleef Jan filmen, zelf. Op YouTube vind je ze nog: filmpjes vol klasse, humor, leven. Geen regie, geen decor, gewoon Jan.
Ook de dood van ALS-patiënten doet het goed. In tien jaar tijd zamelde Stichting ALS Nederland 80 miljoen euro in, vooral door het verhaal van verlies te vertellen. De klap van de diagnose. De strijd tegen de klok. De onafwendbare dood.
Maar ik word er niet blij van.
Ik geloof in een ander verhaal. Het verhaal van het leven. Van verbeteren, van redden, van hoop en verbeelding. Van mensen die nú leven met ALS. Die willen spreken, lachen, liefhebben. Die zichzelf niet willen laten reduceren tot hun aftakeling.
Het leven is geen aanloop naar de dood. Het is het leven waard om te leven. Dat is waarom we ons inzetten. Niet voor het beeld van de vrouw met de microfoon aan de kade, maar voor de stem van iemand die met hulp van technologie weer kan spreken. Niet voor de rouw, maar voor de toekomst.
Ik ben Jan Rot. En ik leef.
Johan Foliant
Eén reactie
Ontzettend mooi verwoord en geschreven 👍🥰