Op Facebook lees ik dat het kinderboek ”Jack de hond gaat naar de top’’ een prijs kan winnen. Het is een verhaal over het proces van de ziekte ALS, maar ook over vriendschap, plezier en het delen van emoties. Gelukkig heb ik nooit hoeven uit te leggen dat papa waarschijnlijk niet meer lang te leven heeft. We hebben geen kinderen. Niets met traag zaad of zo, het was een bewuste keuze.
Een jaar voor de ALS diagnose ren ik met mijn neefje door de Efteling. “Ome Johan kijk, daar is de draak.’’ Bij het vuurspuwende monster aangekomen voel ik aan het knijpen in mijn hand dat hij het spannend vindt. Hij draait zich snel om, houdt de draak voor gezien, en slaat rechtsaf. Even later kruip ik door een poortje en bewonderen we samen één van de oudste attracties, de door Anton Pieck ontworpen kabouterhuisjes.
Jaren later, hij is dan een vrolijk ventje van een jaar of 10, trappen we op het veldje achter ons vakantiehuisje een balletje. Ik kan nog redelijk goed lopen maar mijn stabiliteit laat die middag heel veel te wensen over. Ik hou me letterlijk met moeite staande. Geen flamboyante vrije trap of snelle passeerbeweging maar hopeloos gestuntel. Na een kwartiertje ga ik teleurgesteld naar binnen.
Vorige week zat hij in een restaurant tegenover mij. “Ome Johan, mag ik een pilsje bestellen?’’ vraagt hij enigszins aarzelend. Het mannetje dat bang was van de draak is een gespierde, sportieve vent van 18 jaar geworden. Ik ben blij dat ik hem heb zien opgroeien. PROOST!